Samenvatting
In de moderne teelt van vruchtgroenten aan de hoge draad, met name die van tomaten, is het noodzakelijk dat de planten tijdens het seizoen periodiek worden gevierd, het zogenaamde “laten zakken”. Bij dit werk wordt iedere 1 à 2 seconden een plant van 4 tot 6 kg opgetild, het touw waaraan de plant groeit gevierd, en de haak met het touw weer opgehangen. Het werk is zwaar vanwege de combinatie van repeterende handeling en herhaalde krachtuitoefening, en moet worden beschouwd als risicovol voor het ontstaan van schouder- en armklachten.
![]() |
![]() |
![]() |
Diverse alternatieve haken en systemen zijn in het verleden ontwikkeld. De belangrijkste momenteel in de handel verkrijgbare alternatieve haken richten zich op het rollen of schuiven van een haak over de hoge draad, waarbij het touw afrolt van een haspel. Het tillen van de plant wordt hiermee voorkomen. Ook zijn automatische systemen in ontwikkeling, waarbij het nog onzeker is of de investering en een mogelijke opbrengstvermindering, als gevolg van wegvangen van licht, opwegen tegen de besparing op de arbeid. Bij deze systemen zal wellicht nog voor een deel handarbeid nodig blijven om voor verschillen in groeisnelheid tussen de planten te corrigeren. Andere systemen richten zich op het tegelijkertijd vervangen van zowel laten zakken als indraaien. Deze laatste systemen zijn evenwel nog niet voldoende ontwikkeld voor de tomatenteelt.
In een praktijkonderzoek is het eventueel arbeidsverlichtend effect bepaald van het gebruik van een rollende haak, de Tomguide, in vergelijking met de standaardhaak. Tevens is de arbeidsprestatie vergeleken. Resultaten zijn verkregen op 6 bedrijven van 7 proefpersonen, ervaren werkers met zowel de standaardhaak als de Tomguide (dit laatste voor zover mogelijk, omdat de meeste bedrijven maar enkele paden met deze haak hadden uitgezet). Tijdens het onderzoek is de spieractiviteit van 6 schouder- en armspieren (3 links en 3 rechts) gemeten met behulp van electromyografie (EMG), en uitgedrukt als percentage van de maximale activiteit. Tevens is de subjectief ervaren spierinspanning bevraagd, op een 10-punts schaal en voor 14 lichaamsregio’s aangegeven, en is de werkprestatie gemeten.
De resultaten laten zien dat de mediane spieractiviteit over alle spieren tezamen tendeert te dalen bij gebruik van de Tomguide. Significant was deze daling voor piekactiviteit bij deze haak. Datzelfde gold voor de daling in piekactiviteit van de twee armspieren en de mediane activiteit van de rechter armspier, dat is de arm die de plant tilt. Voor de schouderspieren werd geen verandering gemeten. De subjectief ervaren inspanning daalde voor de schouder- en arm regio, zowel links als rechts bij Tomguide gebruik. Het laten zakken met de Tomguide duurde gemiddeld 27% langer dan met de standaardhaak. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de Tomguide technisch nog niet optimaal functioneerde, zodat de werkers hier zichtbaar beheerst mee werkten.
![]() |
Figuur: de inspanning wordt voor de meeste lichaamsregio's (X-as) subjectief lager ervaren voor de Tomguide (licht grijs) dan de standaardhaak (donker grijs) |
Geconcludeerd wordt dat de Tomguide, maar mogelijk ook vergelijkbare systemen waarbij de haak over de hoge draad rolt of schuift, bijdraagt aan een vermindering van de arbeidsbelasting, met name van de armspieren, omdat repeterend tillen wordt voorkomen. Wel dient aandacht te worden besteed aan een goede werkhoogte om ook de schouderspieren te ontlasten. Randvoorwaarde voor arbeidsverlichting is een technisch probleemloos functioneren van de haak (met name een uitstekend functionerende rem op de spoel).
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Bron: www.ergolabresearch.eu.