Samenvatting
In de agrarische sector is onduidelijkheid en onbegrip over de regels voor veilig en gezond werken door kinderen en jeugdigen in deze sector. Dit leidt regelmatig tot problemen tussen agrarische ondernemers en inspecteurs van de Arbeidsinspectie. Rapportages Vakantiewerk van de Arbeidsinspectie doen vermoeden dat de agrarische sector in belangrijke mate werk verschaft aan de groep jongeren onder 18 jaar. Ondernemers vinden de inzet van kinderen belangrijk met het oog op de continuïteit van het agrarisch bedrijf en het kunnen werven van toekomstig personeel. De Arbeidsinspectie ziet toe op de veiligheid, gezondheid en het welzijn van deze kinderen en jeugdigen en hanteert daarvoor door de overheid vastgestelde besluiten en regels. In een aanzienlijk deel van de geïnspecteerde gevallen blijken de werkzaamheden en of werktijden van de jongeren niet in overeenstemming met deze regels. Bij een deel hiervan wordt volgens de ondernemers het beschermingsniveau van de jongeren desondanks gegarandeerd. Deze situaties leiden met name tot een terugkerende discussie. Zowel de overheid, de werkgevers- als werknemerspartijen vinden het continueren hiervan ongewenst. Het huidige project is bedoeld om meer duidelijkheid te krijgen over de interpretatie en uitleg van regelgeving, zodanig dat de veiligheid, gezondheid en welzijn van jongeren in de betreffende werksituaties kunnen worden gegarandeerd.
Bij de aanpak is een projectgroep geformeerd, waarin alle betrokken partijen zitting hadden: ondernemers, werknemers, overheid, handhaving, arbo-advies en kenniswerkers. Voor deze groep zijn alle inspecties van de Arbeidsinspectie van de projecten Vakantiewerk in de jaren 2003 en 2004 geanalyseerd en zijn 13 arbeidsinspecteurs bevraagd naar ervaringen en bevindingen in de agrarische sector. Ook zijn vier workshops met in totaal 35 ondernemers uit vijf verschillende agrarische takken georganiseerd, waarin gevraagd is naar specifieke knelpunten en oplossingen. Wetgeving, knelpunten en oplossingen zijn, daar waar mogelijk, onderbouwd met bestaande kennis afkomstig uit de literatuur en deskundigen.
Relatief veel overtredingen zijn opgelegd vanwege het ontbreken van de verplichte Risico-evaluatie en –inventarisatie (RI&E) en het niet kunnen tonen van een registratie van arbeids- en rusttijden. Voor beide onderwerpen heeft de projectgroep geoordeeld de wettelijke verplichting te volgen, hoewel het tweede punt voor ondernemers in de praktijk lastig wordt ervaren. Ondernemers zowel als analyse van inspecties gaven aan dat de belangrijkste groep van discussie die van de 13-15 jarigen is. Ondernemers gaven aan dat het werven en binden van deze leeftijdsgroep cruciaal is. Overtredingen in deze leeftijdsgroep bleken vooral betrekking te hebben op de aspecten “machinale omgeving”, “fysieke belasting”, “herbetreding na toepassing van gewasbeschermingsmiddelen”, “welzijn” en “arbeidstijden”. Wat betreft het laatstgenoemde punt heeft de projectgroep besloten de huidige regels niet ter discussie te willen stellen.
Machinale omgeving: de regelgeving sluit kinderen van 13-15 jaar uit te werken in een omgeving waar aangedreven arbeidsmiddelen (i.e. machines) aanwezig zijn. Gezien de hoge mechanisatiegraad van vrijwel alle agrarische bedrijven sluit de strikte toepassing van deze regel arbeid door deze jongeren min of meer uit. Een deel van de projectgroep stelt voor om de huidige regels t.a.v. 13-15 jarigen duidelijker te maken in welke situaties veilig gewerkt kan worden, ook als er op het bedrijf machines aanwezig zijn. Een ander deel stelt voor de regelgeving meer aan te laten sluiten bij die van Europa, waarbij nadrukkelijk het ongevalgevaar wordt betrokken. Voor statische en langzaam bewegende aangedreven arbeidsmiddelen wordt in dat geval een veiligheidskeuring door een deskundige dienst van machine én zijn omgeving voorgesteld. Voor mobiele arbeidsmiddelen moet het beschermingsniveau zijn gegarandeerd middels een barrière, welke ook kan bestaan uit voldoende afstand.
Fysieke belasting: de huidige regelgeving voorziet in maximale blootstellingen voor fysiek belastende werkzaamheden door tillen, duwen en trekken en ongunstige werkhoudingen. De projectgroep oordeelt dat deze regels geen overdreven hoog beschermingsniveau ambiëren voor kinderen van 13-15 jaar. Hoewel dit niet onderbouwd kan worden met kennis, beveelt de projectgroep aan voor lichte repeterende werkzaamheden de tijdsduur per dag te beperken en dat de combinaties van repeterend werk met andersoortige belasting (als kracht of houding) moet worden vermeden. Tevens wordt aanbevolen kennis te ontwikkelen rond deze genoemde aanbeveling. Voor knielend werk is de kennis onvoldoende om het huidige beschermingsniveau aan te passen en ook hiervoor wordt nadere kennisontwikkeling gevraagd.
Herbetreding: de regelgeving schrijft voor dat binnen 14 dagen na toepassing van chemische middelen kinderen onder 16 jaar niet in contact mogen komen met het gewas, ongeacht het gebruikte middel. Ondernemers in de agrarische sector hebben moeite met deze regel omdat hierin geen rekening wordt gehouden met de aard van de middelen, dat wil zeggen schadelijkheid en afbraaksnelheid. In de projectgroep en een apart georganiseerde expertmeeting is geconcludeerd dat er mogelijkheden zijn om flexibeler met de gehanteerde tijd voor herbetreding door kinderen onder 16 jaar om te gaan, door gebruik te maken van de beschikbare Risico-Indexen en beschikbare gegevens over afbraaktijden. Zolang deze gegevens niet voor ieder toegelaten middel zijn vastgesteld zal er een tweedeling in middelen ontstaan, met als gevolg voor middelen met ontbrekende gegevens het handhaven van de huidige termijn van 14 dagen. Het verdient aanbeveling zowel het aspect leeftijdgerelateerde toxicologische effecten als invloed van gedragsverschillen tussen kinderen en volwassenen in een uitgebreidere studie in meer detail en zo mogelijk gekwantificeerd te onderzoeken. Daarbij dient wel de eenvoud omwille van de naleving en de handhaving in het oog gehouden te worden. Tevens wordt onderzoek aanbevolen om te laten zien dat er bij de kinderen geen blootstelling optreedt.
Welzijn: de regelgeving biedt op slechts enkele aspecten van welzijn en psychische belasting enige duidelijkheid. De projectgroep is van oordeel dat tempodwang kan worden voorkomen door technische en organisatorische maatregelen. Stukloon voor jongeren is op grond van internationale regelgeving niet toegestaan. Daarnaast is een set concrete aanbevelingen gedaan welke wel en niet gedaan zouden moeten worden om het welzijn van werkende jongeren te bevorderen.Bron: www.ergolabresearch.eu.