Samenvatting
Europese en Nederlandse wetgeving definiëren maxima, dat wil zeggen actiewaarde en grenswaarde, voor hand-arm trillingen waaraan werknemers op een werkdag mogen worden blootgesteld. Wel geldt er een overgangsperiode tot juli 2014 voor de land- en bosbouw. De wetgeving is bedoeld om gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan trillingen te voorkomen. Indien de actiewaarde (2.5 m/s2) wordt overschreden dienen organisatorische, technische en gezondheidkundige maatregelen te worden genomen om verdere blootstelling te beperken. Bij overschrijding van de grenswaarde (5 m/s2) moet de blootstelling meteen teruggebracht worden tot onder deze waarde. Het gebruik van motorkettingzagen in de bosbouw en groenvoorzieningen wordt als één van de werkzaamheden gezien waarbij mogelijk maatregelen nodig zijn om de blootstelling aan hand-arm trillingen te verminderen. Het huidige onderzoek heeft als doel de consequenties aan te geven van het gebruik van verschillende moderne motorkettingzagen op de blootstelling. Tevens is nagegaan in hoeverre werktechniek, kettingscherpte en houtsoort invloed hebben op de blootstelling.
| De blootstellingsmetingen zijn uitgevoerd met twee ervaren proefpersonen aan twee categorieën motorkettingzagen voor professioneel gebruik: lichte (rond 50 cm3; n=4) en middelzware zagen (rond 75 cm3; n=3). |
![]() |
De trillingen zijn
volgens voorschrift (ISO-5349-1, 2001) gemeten aan beide handvatten
tijdens stationair en vol gas onbelast draaien en tijdens het zagen van
plakken van een stam van een Amerikaanse eik en van een berk. Bij dit
zagen in hout zijn drie verschillende werktechnieken gehanteerd: (A)
zagen van boven naar onder waarbij de kam van de zaag goed in contact
met de stam werd gehouden, (B) zagen van boven naar onder met
uitsluitend contact via ketting en zaagblad, en (C) zagen van onder naar
boven met uitsluitend contact via ketting en zaagblad. Alle metingen
zijn verricht met een nieuwe ketting; in de berkenstam zijn de drie
werktechnieken ook toegepast met een bot gemaakte ketting. Data zijn
tijdens de metingen op een computer weergegeven en opgeslagen, en
achteraf verwerkt. Via een inventarisatie bij de
Vereniging voor Hoveniers en Groenvoorzieners en via interviews en tijdstudie
van een werkdag van zes boswerkers van een bosbouwbedrijf is inzicht verkregen
in de tijdsduur van de verschillende groepen handelingen die op een werkdag met
een motorkettingzaag plaatsvinden.
Op een normale werkdag wordt 3.5 – 4.7 uren daadwerkelijk gezaagd in hout. Het
hanteren van een stationair draaiende zaag bedroeg 1.2 – 2.3 uren. Vol gas
onbelast hanteren van de zaag duurde in praktijk zeer kort (0.1 uur). Tijdens de
overige werktijd (2-3 uren) vond geen blootstelling plaats en omvatte o.a.
overleg, bijvullen, vijlen en lopen met een stilstaande zaag.
![]() Tabel: blootstelling van de rechterhand (handvat achter) en linkerhand (handvat voor), uitgedrukt als frequentie-gewogen rms-versnelling (ahv, in m/s2), mediaan over twee proefpersonen, voor de zeven onderzochte typen motorkettingzagen en voor drie onderscheiden belastingsvormen: stationair, vol gas onbelast en vol gas zagen in hout. Voor de berekening van de laatste categorie is zijn uitsluitend de variabelen amerikaans-eikenhout, nieuwe ketting en de drie onderscheiden werktechnieken meegenomen. Het getal tussen haken is de door de fabrikant opgegeven emissiewaarde (volgens ISO 7505 of 22867). De donkere vakken zijn de middelzware zaagtypen. |
|
Het verschil in de gemeten
blootstelling tussen de zagen bleek aanzienlijk. Meetwaarden voor het handvat
achter voor de lichte zagen waren 3.4 – 5.1 m/s2, 1.6 – 2.8 m/s2
en 2.9 – 5.6 m/s2 voor respectievelijk stationair, vol gas onbelast
en vol gas zagen in eikenhout (de waarden vertegenwoordigen de minimum en
maximum waarde over de onderzochte zagen). In dezelfde volgorde waren de waarden
voor het handvat vóór: 3.8 – 5.3 m/s2, 2.8 – 7.4 m/s2 en
3.3 – 4.7 m/s2. Bij de middelzware zagen werd een aanzienlijk hogere
blootstelling gemeten: 5.5 – 7.0 m/s2, 3.2 – 4.0 m/s2 en
3.8 – 9.3 m/s2 (handvat achter; zelfde volgorde als boven) en 5.3 –
8.3 m/s2, 3.5 – 6.3 m/s2 en 4.4 – 6.4 m/s2 (handvat
voor; idem). De door de fabrikanten opgegeven emissiewaarden, bepaald volgens
ISO-voorschrift, blijken in veel gevallen lager te zijn dan de gemeten
blootstellingswaarden. Echter, afwijkingen in omgekeerde richting komen ook voor.
Op grond van de gemeten blootstellingen en de inventarisatie van de normale
dagelijkse tijdbesteding blijkt bij gebruik van de lichte zagen en bij het meest
gunstige werkdagpatroon de actiewaarde overschreden te worden na 2.7 – 5.1 uren,
afhankelijk van zaagtype. Deze tijdsduur is inclusief alle bijkomende
handelingen die geen blootstelling opleveren. De grenswaarde wordt overschreden
na 10.9 – 20.4 uren. Bij de middelzware zagen wordt de actiewaarde overschreden
na 1.1 – 3.2 uren en de grenswaarde na 4.4 – 12.4 uren, de duur wederom
afhankelijk van het zaagtype.
De blootstellingen bleken aanzienlijk te verschillen tussen beide proefpersonen.
Dit verschil was aanwezig voor vrijwel alle zagen en voor beide handvatten. De
werktechniek A waarbij goed contact gehouden wordt met de stam via de kam van de
zaag blijkt de laagste blootstelling op te leveren voor het handvat achter.
Zagen van onder naar boven (werktechniek C) levert voor beide handvatten een
hogere blootstelling dan in omgekeerde richting. Een scherpe ketting evenals
zachter hout tenderen naar een lagere blootstelling.
Geconcludeerd kan worden dat de keuze van de motorkettingzaag een grote invloed
heeft op de blootstelling en daarmee op de maximale dagelijkse werktijd. De
keuze van een zo licht mogelijke zaag zal de blootstelling beperken, maar geen
van de geteste zagen kan zonder maatregelen een gehele werkdag worden gebruikt.
Effectieve maatregelen die uit het onderzoek naar voren komen zijn het afsteunen
van de machine op de stam, het scherp houden van de ketting en het beperken van
de tijd dat de zaag stationair draaiend in de hand wordt gehouden. Helaas kan
bij de keuze van een machine niet altijd betrouwbaar worden uitgegaan van de
door de fabrikant aangeleverde emissiewaarden voor trillingen, en worden
blootstellingsmetingen van meer veel gebruikte kettingzagen geadviseerd. Ook
verdient het aanbeveling de grote spreiding in gemeten blootstelling tussen de
werkers nader te onderzoeken. In welke mate een persoon de blootstelling zelf
beïnvloedt door met meer of minder hand- en armkracht de kettingzaag te hanteren
is op dit moment niet duidelijk.
Bron: www.ergolabresearch.eu.